Onderzoek gedrag ouders langs de lijn

vrijdag 30 juni 2017

Steeds meer studenten pedagogiek zien het sportveld als een interessante stageplek. Dat heeft ertoe geleid dat opleidingen zoals Fontys Hogeschool Sittard en de Universiteit in Nijmegen de samenwerking zijn aangegaan met de pedagogisch coördinator van de gemeente Venlo. Een win-win situatie. De student kan ervaring opdoen in een nieuwe omgeving waarin opvoedvraagstukken aan de orde van de dag zijn. Voor de pedagogisch coördinator betekent het dat hij een goed beeld krijgt van wat er speelt bij verenigingen en zodoende gericht kan aansluiten bij wat er gevraagd wordt. Minou Pubben, student pedagogiek op de Katholieke Universiteit in Nijmegen deed de afgelopen maanden onderzoek naar het gedrag van ouders langs de lijn bij de drie hockeyverenigingen in Venlo.

Meer weten over de inzet van stagiaires bij het creëren van een veilig sportklimaat? Neem contact op met Marc Orval.

Het onderzoek van Minou

In de gemeente Venlo heeft er het afgelopen halfjaar een onderzoek plaatsgevonden naar het gedrag van ouders tijdens hockeywedstrijden. De aanleiding voor dit onderzoek was de onbekendheid bij de gemeente over hoe ouders zich gedragen tijdens hockeywedstrijden. Daarnaast blijkt uit de literatuur dat het gedrag van ouders tijdens de wedstrijd van invloed is op de motivatie van het kind om te sporten. Dit onderzoek heeft zowel gekeken naar hoe kinderen het gedrag van het publiek en hun eigen ouders waarnemen en ervaren, als gekeken naar hoe ouders het gedrag van het publiek en hun eigen gedrag waarnemen en ervaren.

Tijdens het onderzoek zijn er enquêtes en interviews afgenomen bij zowel ouders als kinderen. Aan de enquêtes hebben 69 kinderen deelgenomen en 38 ouders. Aan de interviews hebben 30 kinderen en 24 ouders meegedaan. De kinderen die deelnamen aan dit onderzoek speelden in het hoogste of laagste D-team van de deelnemende hockeyclubs. Op deze manier kon er achterhaald worden of ouders van het hoogste D-team zich anders gedragen dan ouders van het laagste D-team.

Uit de enquêtes en de interviews bleek dat de kinderen en ouders over het algemeen positief zijn over het gedrag van de ouders langs de kant. Positieve gedragingen die ouders vaak laten zien zijn het complimenteren en het positief aanmoedigen. Verder bleek uit het onderzoek dat ouders regelmatig aanwijzingen geven, maar dat de meeste kinderen dit niet als vervelend ervaren. Zo vertelde een aantal kinderen tijdens de interviews dat het krijgen van aanwijzingen van het publiek hen helpt tijdens de wedstrijd. Wel bleek uit de enquêtes dat kinderen liever aanwijzingen van hun eigen ouders krijgen dan van het publiek. Dat de meeste kinderen het niet vervelend vinden om aanwijzingen te krijgen, is een opvallend resultaat omdat in de literatuur vaak wordt geadviseerd om als ouder geen spelinhoudelijke opmerkingen te roepen tijdens de wedstrijd. Een ander resultaat uit dit onderzoek was dat kinderen het gedrag van hun eigen ouders als positiever zien dan de ouders zelf verwachten. Of dit verschil een werkelijk verschil is of dat het resultaat werd veroorzaakt door het geven van sociaal-wenselijke antwoorden door de kinderen is niet duidelijk. Verder bleek uit de enquêtes van ouders dat het publiek van het laagste D-team zich positiever gedraagt dan het publiek van het hoogste D-team. Dit verschil is echter niet door de kinderen gerapporteerd.

Het voornemen is om in de komende weken de resultaten van dit onderzoek terug te koppelen naar de verenigingen, ouders en kinderen die hebben deelgenomen aan dit onderzoek. Met de verenigingen zal in gesprek worden gegaan om te kijken naar of en hoe ze, eventueel in samenwerking met de gemeente, het gedrag van de ouders willen verbeteren.

Samen scoren